Con Amore naar Zeeland – 2010

 

Dit jaar Zeeland als eindbestemming. We willen altijd een doel hebben en dat is ook wel gemakkelijk om de vaarrichting te kiezen. Verder zien we wel, want in tegenstelling tot een vliegbestemming is het grootste deel van onze vakantiereis het varen naar en van die eindbestemming.

 We varen op vrijdag 25 juni uit Aalsmeer met een strak blauwe lucht en 25o en een licht windje. Zo’n eerste dag willen we opschieten; buiten het normale vaargebied komen. Na een voorspoedige tocht ‘met alles mee’ leggen we aan in de jachthaven IJsselmonde. Deze haven is een steunpunt van de Unie van Watertoeristen en voor leden van de Unie gratis.

Zaterdag 26 juni vroeg (tien voor negen) losgegooid met alweer dat fraaie weer. In het weekeinde is het toch wat rustiger met de scheepvaart op de Nieuwe Maas, de Noord, de Oude Maas en de Dortsche Kil. En met een oosten windje is de aansluiting op een spiegelglad Hollands Diep natuurlijk een eitje. Wel alle potten en pannen zeevast gezet; vooral de grote speedboten kunnen nogal wat golf maken en als ze oplopen duurt het lang voor je uit de dwars inkomende golven bent.

Niet, dat wij geen foutjes maken hoor, maar de beroepsvaart doet dat ook wel eens. Een sleepboot met drijvende bok achter zich wilde op de Noord tegenstrooms aanleggen. Zachtjes dacht de schipper, maar niet gerekend op de neerstroom. Terwijl de sleepboot met haar neus tegen de keien wachtte tot het anker van de bok pakte, kwam de bok in de neerstroom en knalde op de spiegel van de sleepboot. Daarna de hele bemanning kijken hoeveel korter de sleepboot was geworden. Enne…. wij weer onze aandacht op het vaarwater, want er varen meer schepen.

Uiteindelijk beland in Willemstad en mede doordat we er vroeg in de middag aankwamen een mooi plekje gekregen. Niet in de binnenhaven, want daar lig je gestapeld, maar in een box met de neus naar de stadsmuur.

Willemstad is een echte aanrader met prachtige panden, een molen, terrasjes en een kerk, waar we tot boven in de koepel zijn geklommen. Spectaculair uitzicht. ‘s Avonds een mooie wandeling over de stadswallen gemaakt. Heerlijk.

Zondag 27 juli de tocht voortgezet. Het blijft groot water en dan hebben we tocht daarover maar liever het grootste deel achter de rug. Dat die bezorgdheid deze reis niet nodig was, wisten we toen nog niet. Wat een weer!!!!!

En met dat weer, wat een mooi vaarwater!!!!

We voeren door de Volkeraksluis naar de Krammersluis. Prachtig. Door de Krammersluis het zoute water op. Het ruikt gewoon anders. Bij Bruinisse de sluis naar de Grevelingen in. Het zijn overigens allemaal sluizen van de categorie ‘appeltje eitje’; simpel dus.

Direct na de sluis bij de eerste jachthaven aangelegd om een vignet te kopen, waarmee we op de diverse eilanden kunnen aanleggen. € 12,50 voor 7 dagen en prima voorzieningen, waaronder steigers, toiletten en vuilniscontainers. We hebben er direct gebruik van gemaakt op het eiland Mosselbank en zijn met het prachtige weer twee nachten blijven liggen. Zwemmen in het zoute water, drie meter helder naar de bodem kijken en luieren met een goed boek. ‘s Middags op de laptop voetbal gekeken, Nederland-Slowakije. Ook dat willen we bijhouden.

De Grevelingen is erg mooi. Het zoute water zorgt voor een aparte vegetatie; er groeit geen riet op de strekdammen en er zijn geen muggen of andere lastige insecten. Wel hebben we lepelaars gezien en de bemanning van een zeilboot was vol enthousiasme over bruinvissen, die met hen mee zwommen.

We komen op dinsdag in Brouwershaven en weer 30o . Mooi stadje en er is een supermarkt en een prima visboer. Tijd voor de eerste mosselen. Hangcultuur en lekker. “s Middags de vouwfietsjes tevoorschijn gehaald en naar de Noordzee getrapt. Via Scharendijke en Den Osse over de dijk kwamen we bij de Brouwersdam en vervolgens in Renesse. Vouwfietsen doen het goed; voor ons is een dagtocht van max. 25 km te doen. Daarna begint het onderstel onverdraagzaam te protesteren.

Ook in Brouwershaven blijven we twee nachten. De jachthavens zijn in Zeeland wat duurder dan in het binnenland, maar het is er zo mooi. De volgende dag krijgen we een kort buitje, vlak voordat we naar Zierikzee willen fietsen. Kort en dan weer het mooiste weer van de wereld. Waar hebben we het aan verdiend? Zierikzee is mooi en gezellig. Onze dochter zal over 4 weken bevallen (inmiddels is op 28 juli op haar eigen verjaardag een gezonde zoon geboren) en we kunnen in Zierikzee goed inkopen doen voor de 10 dagen-mand. Bepakt en bezakt fietsen we terug en met een pijnlijk staartstuk is het daarna gauw met een borrel herstellen in de kuip van ons schip.

Op 1 juli varen we weer naar het eiland Mosselbank. dat is dicht bij de Grevelingensluis en we willen de volgende dag naar het Veerse Meer. We hebben ons verwend met twee tongen van de visboer uit Brouwershaven. Eén tegelijk in onze toch grote koekenpan, zeekraal erbij en smullen.

De volgende dag  de sluis door via Krammer, Zijpe, Mastgat en Keeten varen we in het zicht van de Zeelandbrug, de Oosterschelde op. We volgen i.v.m. het tij het Engelse Vaarwater en komen vervolgens in de Zandkreek bij de sluis naar het Veerse Meer. We hoeven niet meer te vertellen, dat het warm was en dat er nauwelijks wind stond.

Op het Veerse Meer zijn vele aanlegplaatsen, waar geen vignet voor nodig is. Prima voorzieningen. Schoon water ook, sinds het Veerse Meer weer brak is. We liggen aan de Sabbingsplaat en krijgen zowaar ‘s avonds een onweersbui met veel herrie en licht.

En dan op 3 juli op naar Veere. Om kwart voor drie kunnen we in het oude stadje aanleggen, vrijwel onder de toren van het stadhuis. Elk kwartier en ‘s avonds een uur klinken de ijle klanken van het klokkenspel over het stadje.

Veere heeft een bakker en verder van alles, behalve een supermarkt of een slager. Met de bus naar Middelburg, zoals wordt geadviseerd? Niet dus. Bij de jachtvereniging nemen ze wel een bestelling aan voor melk of voor vleeswaren, die ze dan de volgende dag willen afleveren. Wij hebben nog wel het een en ander in de voorraadkast.

Eind van de middag zowaar wat regen en daarna een mooie zonsondergang.

Op naar Vlissingen. Het kanaal door Walcheren is uitstekend te bevaren. Het is ook niet zo lang, alleen de bruggen in Middelburg zorgen voor wat wachttijden.

Ook nu weer warm met 28o en een stevige wind. Voor Vlissingen dubben we of we de Westerschelde opvaren om naar de De Ruyterhaven midden in de stad te gaan. Met 18 knopen wind uit het westen en uitgaand tij blijven we binnen en leggen aan bij wv De Schelde. Stukje lopen van de stad; je ligt er prima en ze hebben een goed eetcafé.

Wanneer we even later over de dijk en de boulevard van Vlissingen lopen en een pilsje op een terras met uitzicht op de Westerschelde drinken, zien we hoe goed het geweest is om binnen te blijven. De boten staan zo ongeveer op hun kop en de loodstenders doen er nog een schepje bovenop. Toch weet ik, dat we een volgende keer met minder wind ook dit stukje willen varen.

Op 5 juli varen we terug en belanden in hartje Middelburg. Tijd om een paar dagen te genieten van deze mooie stad. Prima haven met uistekende faciliteiten en een clubhuis in een 17e eews pakhuis met trapgevel. ‘s Avonds Nederland-Uruguay op het grote scherm in dit gezellige clubhuis. Het is alleen een rot eind lopen om boodschappen te doen en dat in die bloedhitte. Gerry bezoekt de kapper en verder neuzen we rond. In WO II is er veel kapot gegooid in Middelburg. Veel herstelwerk is gedaan en bijvoorbeeld het stadhuis is achter de historische gevel in oude staat teruggebracht, wel met houten balklagen van beton en met houtnerf. Veel is ‘ingevuld’ met gebouwen in de architectuur van de ‘Delftse School’. Een architectuurstroming, die zich goed verhoudt met het historische karakter van de stad. Dit in tegenstelling tot Rotterdam, waar na de oorlog werd gekozen voor de architectuur stroming ‘Het Nieuw Bouwen’. Veel panden hebben een gevelsteentje dat de herbouw aanduidt.

Gerry heeft ook tijd om een op de Krammer gemaakte foto van een meeuw te bewerken en bij de Hema af te laten drukken. In enveloppe, postzegel erop en gestuurd naar familie en vrienden.

Dan op woensdag 7 juli naar een eiland in het Veerse Meer en de volgende dag heel vroeg, 6 uur, naar de Zandkreeksluis en met het tij mee de Oosterschelde op. Het weer?………raad eens? Windje twee / drie uit het oosten en dik 30o. Via het Brabants Vaarwater nu naar de Krammersluis.

Deze sluis heeft een zoutscheidingsinstallatie. (zoekt u nog een scabblewoord?) Het schutten duurt wat langer dan normaal. Vandaar Brabant in via de Steenbergse Vliet en de Roozendaalse Vliet. Mooi besloten water daar, maar niet zout en dus wel wat muggen en steekvliegen. We waren van plan om in Steenbergen te overnachten. De havenmeester is helaas chagrijnig en onbehouwen en deze creatuur zorgt ervoor dat we lekker doorvaren. Uiteindelijk komen we via het Markkanaal in Stampersgat en doen daar boodschappen. Daar horen we dat Oudenbosch niet ver is en daar staat de (verkleinde) replica van de Sint Pieter uit Rome. Voorwaar voer voor onze architectuurbelangstelling en in een half uur via de Mark in Oudenbosch beland. Geheel nieuwe haven bij een gezellig plaatsje en vriendelijke mensen. Een aanrader.

De wat pompeuze basiliek is een bezoek beslist waard.

Van de hitte in Oudenbosch hebben we behoefte aan lucht en ruimte. Eerst nog getankt. We houden ervan, als de pomp aan het water uit dezelfde tank pompt als de pomp, die het wegverkeer gebruikt. Er is dan voldoende verversing. Dat in tegenstelling tot die illustere oliebootjes, die al 25 jaar op dezelfde plek liggen met hopen smurrie in de tank.

Via Oosterhout de Amertak op en na oversteken van de Amer in de Biesbosch (Aakvlaai) aangelegd. Mooie steiger en warm. En………steekvliegen. Die krengen vallen je aan en zijn verrekte hardnekkig. Vroeg alles dicht, ook voor de muggen en dan de horren er in. Biesbosch is mooi hoor, maar spoel er maar weer zout water in, zoals dat toch het plan is door de spuisluizen in de Haringvlietdam wat meer open te zetten.

Tijd voor de tocht naar Waalwijk. Een vriendelijke haven en voor ons een gratis Unie steunpunt waar we twee dagen blijven. Heet…………..buiten in de schaduw 36o en dan ‘s avond dik onweer waardoor in delen van Nederland nogal wat schade ontstaat en slachtoffers vallen. Om 23 uur was het ruim voorbij (dachten we) en de temperatuur was nog 29o. Wij dus in het miezerregentje op het voordek. Eerst een beetje rillerig en dan verkwikkend. Tot er ineens van boven een flitsfoto werd gemaakt gevolgd door een harde knal. Wij als een speer naar binnen in onze veilige kooi van Faraday.

Het is vanuit Waalwijk heerlijk fietsen in de Loonse- en Drunense Duinen. Met een stralende zon, warm en toch de verkoelende boslucht na de bui van gisteren fietsen we over de bospaden langs vennen en beklimmen af en toe een heuveltje.

En dan varen we op zondag 12 juli naar Woudrichem. Langs Heusden, dat we kennen van vorige bezoeken via het Heusdens kanaal en de Afgedamde Maas bereiken we na een sluis en vooral na een schitterende tocht, de passantenhaven van Woudrichem. We hebben eerder gelegen bij de watersportvereniging, maar nu bevalt ons de gemeentelijke haven erg goed. Die haven bereiken we door direct aan de kruising met de Merwede bakboord uit de historische haven in te varen. Helemaal achterin, in de oorspronkelijke stadssingel ligt passatensteiger. Vandaar is het honderd meten lopen naar de bakker en dat is fijn voor het ontbijt.

Het land van Heusden Altena is zo mooi om te fietsen. Mooie plaatsjes, brede rivieren en mooi gestoffeerd landschap. We genieten nog een dag hier en het is alweer heet. Ik heb zelden een vakantie zoveel (water, ja, ja) gedronken.

De tocht zetten we op 14 juli voort naar Vreeswijk. Eerst Gorkum door. We doen dat niet via de Lingesluis. Met onze breedte vinden we dat smalle sluisje maar niks en kiezen voor de grote sluis. Ook dan kom je in de Linge en bij Arkelse Dam in het Zederikkanaal (officieel het Merwedekanaal bezuiden de Lek). We varen naar Vianen en schutten naar buiten de Lek op. In de oude veerhaven van Vreeswijk (Nieuwegein) is de zeilvereniging De Lek. Een kleine haven met enkele passantenplekken. Ik heb daar veel herinneringen. Het was de thuishaven van mijn ouders en elk weekeinde en de vakanties kwam ik als kind hier. En dan kom je 40 jaren later weer in de oude haven en met heel oude bekenden. Ja, dan blijf je twee dagen. Gezellige haven met eb en vloed met een tijverschil op deze dagen van ca. 120 cm. Bij laag water wel veel zuiging van de scheepvaart, dus goed vastleggen.

We hebben geen zin om naar binnen te schutten en de gekanaliseerde Hollandse IJssel te varen naar Gouda. Ik krijg daar in die sloot bijkans claustrofobie en dus kiezen we voor de Lek en de Nieuwe Maas naar IJsselmonde. Het weer?? Nogmaals warm na een buitje in Vreeswijk. Maar wel windje 5 en 6 zuidwest. Op de Lek geeft dat met wind tegen stroom een lange hoge deining. We hobbelpaarden dus met de ebstroom (2 á 3 km/uur) mee naar beneden en komen aan in IJsselmonde in de eerder beschreven haven. Daar ontmoeten we vaarvrienden en genieten we onder andere van het heerlijke weer.

Onderweg op de Nieuwe Maas komen we een hard varende geladen kruiplijncoaster tegen. Eigenlijk het eerste schip met een ontzagwekkende rij golven.

Motor stationair gezet en de golven afgereden. Con Amore stak haar neus in en onder de golven en had in Zeeland goed naar ‘Luctor et Emergo’ geluisterd. Prima schip, die Drentsche kotter.

Ook in IJsselmonde is een aanzienlijk verschil in eb en vloed en als we de volgende dag de Hollandse IJssel opvaren naar Gouda hebben we stroom tegen. Soms kan het niet anders. We maken er op zaterdag een stevige vaardag van. Onze dochter heeft de steun van haar moeder in deze fase van de zwangerschap hard nodig en oma is niet meer te houden.

Bij de Julianasluis in Gouda wordt het nog even spannend.

Het wordt druk met vooral huurboten (een tiental, die ‘s morgens zijn uitgevaren) en de harde wind zorgt voor paniek en voor huilende en gillende kinderen. Daar krijgen we medelijden mee en niet met de schreeuwende pappa’s, die er niets van bakken en hun schepen massaal dwars in de sluis leggen. Dan komen die mensen ook nog uit Engeland en Italië en verstaan niets van de instructies. Afijn, na veel hulp en het alom losmaken van de meest vreemde ingewikkelde knopen en de vraag via de marifoon aan de sluiswachter om vooral even te wachten, konden we verder een meter omlaag schutten.

Onze mooie vakantie eindigt in Aalsmeer, waar we bij de Watersportvereniging onze ligplaats vinden en natuurlijk aan alle bekenden ons reisverslag doen.

En dan……..gauw naar onze kinderen en KLEINkinderen.

Het was een mooie tocht met fantastisch weer!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Gerry en Con Struycken

Con Amore                                       Drentsche Kotter 1040 ok met zwemplateau

afstand Aalsmeer v.v.                    536 km                8,38 km/motoruur

motoruren                                          64 uur               3,23 liter/motoruur

brandstof                                         207 liter               0,39 liter/km